Welcome to the United States of America!

Het is nu 3u07. Na een hele dag slapen, moe en ziek van de jetlag die ik mee heb gekregen uit New York, ben ik klaarwakker en nog steeds een beetje ziek. Naast een jetlag – te vertalen in een enorme vermoeidheid en bakken hoofdpijn – ben ik tot het inzicht gekomen dat je aan de overkant van de Atlantische Oceaan ook ziek kunt worden. Een hele verrijking. Maar het was het allemaal waard. In die elf dagen New York, Syracuse meer bepaald, heb ik meer wetenschappelijke bagage meegekregen dan ooit tevoren, en daar doe je het als wetenschapper voor.

De reis was nochtans niet goed begonnen. Mijn eerste vlucht stopte in Washington D.C. en daar moest ik een blauw immigratieformulier invullen. Iedereen had me gewaarschuwd om hier erg voorzichtig mee te zijn. Zodoende antwoordde ik overal ‘nee’ in, lekker veilig. Ik ging dus naar de eerste Amerikaan op Amerikaanse bodem, zei vriendelijk goedendag – mijn dag kon tenslotte niet meer stuk: ik was in Amerika! – en kreeg een hap en een beet terug: ‘Address?!’

Inderdaad, er stond een vakje waar je een verblijfsadres moest invullen. Ik zou logeren bij mijn professor, maar wist ik veel waar diens adres was. Voor mijn ESTA formulier was een verblijfplaats in de States niet vereist geweest, dus had ik er nooit bij stilgestaan om het adres te vragen. Ik begon in mijn meest verzorgde Engels een netjes voorbereide uitleg: ‘Well, I am staying with a friend of mine, but I do not know his address …’, en kreeg weer een hap en een beet: ‘You’d better find out! Next in line!’

Daar stond ik: een veiligheidsagent die niet meer antwoordde, een GSM die niet werkte en geen toegang tot Amerikaanse bodem. De dag kon dus toch nog stuk. Damned! Nadenken, Danny, wat kan je nog doen? De volgende vlucht was al binnen twee uur; ik moest snel handelen. Terug dan maar naar de even onvriendelijke jongeman, die me, met z’n tatoeages, erg lelijke gezicht en gehavende lijf, net leek vrijgelaten uit Guantanamo Bay. Spreken kon hij ogenschijnlijk niet, maar hij wees wel naar een dame wat verderop. Ik dacht aan het kastje-muur scenario en voelde de moed in mijn schoenen zakken. Gelukkig was de dame erg vriendelijk. Ik legde de situatie uit en kon gebruik maken van een gratis telefoon. Dat was een geluk … maar toen ik geen gehoor kreeg kon ik me plots de woorden van professor Weir herinneren: ‘Tuesdays I am not available until 6 PM.’ Ondertussen vroeg de dame me de kleren van het lijf en kwam ik te weten dat haar neven en nichten ook in Syracuse wonen. Interessant, maar zo meteen zou mijn vlieger vertrekken en ik had er erg graag opgezeten! Een adres dus. Geen probleem, dacht de vrouw waar ik helaas geen naam van heb, we schrijven snel iets op. Ik zou de komende elf dagen logeren in 128 University Place, 13205 Syracuse. In geen tijd werd ik doorgelaten, na de vriendelijke vrouw uitgewuifd te hebben, en na een oponthoud met andere veiligheidsagentes omdat ik te kwistig aan het fotograferen was in de security zone, kon ik dan toch opstappen op het vliegtuig richting Syracuse.

Moraal van het verhaal: Amerika volgt heel streng allerlei regels op, maar met een vals adres kom je het land gegarandeerd binnen.

Advertenties